186 | Ben je er klaar voor als de Meester komt? (1)

5:03
 
Delen
 

Manage episode 304857314 series 2942333
Van Vorming voor elke dag and Kand. A.S. Middelkoop, ontdekt door Player FM en onze gemeenschap - copyright toebehorend aan de uitgever, niet aan Player FM. Audio wordt direct van hun servers gestreamd. Klik de abonneren-knop aan om updates op Player FM te volgen of plak de feed URL op andere podcast apps.

Houding van actie

Wie bij de brandweer zit, legt zijn spullen ’s avonds zo klaar dat hij erin kan schieten als er een melding komt. Een zuster in de nachtdienst kan wel even wegdommelen, maar is direct tot handelen gereed als een patiënt het knopje voor hulp indrukt. Zij zijn bezig met de gewone dingen, maar altijd actiebereid.

Dat is waar Jezus op duidt als hij in Luk. 12: 35 het beeld van de ‘lendenen’ gebruikt die ‘omgord’ moeten worden. Het betreft hier het onderste deel van de rug, waar men de gordel omheen deed. Wie zijn lendenen omgord, draagt de mantel hoog. Klaar om te rennen.

‘Laat uw lendenen omgord zijn.’ Het wordt in voltooide tijd weergegeven (perfectum), ze moeten omgord zijn. En tegelijkertijd is het een imperatief, een opdracht. Men dient altijd gekleed te zijn voor activiteit. Het paasmaal moest met opgetrokken lendenen gegeten worden (Ex. 12: 11).

Lamp in de hand

Het tweede beeld dat Jezus gebruikt is dat van kaarsen die branden. Men moet klaar zijn voor de komst van de Bruidegom. Zoals de meisjes die op de bruidegom wachtten in de nacht, in de gelijkenis van Jezus.

Het dragen van een licht gaat in het Nieuwe Testament echter over meer dan dat. Het licht is een voorproef op wat komt. Nu moeten we het nog met een kaars doen, maar straks zal Gods licht alles verlichten. Dan hebben we geen kaars of lamp meer nodig. Het hemelse Jeruzalem zal door God verlicht worden, Hij is daar de lamp (21: 23). Dan zijn alle andere lampen overbodig. Christenen zien daar naar uit, met kleding klaar om te dienen, met de lampen brandende.

Iemand die met een kaars brandend in de hand staat te wachten in de nacht, valt op. ‘Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn.’ (Matt. 5: 14) In een wereld vol duisternis, schijnt daar licht waar Gods kinderen zijn. ‘Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts.’ (Ef. 5: 8) Dat doet tegelijkertijd een beroep op de heiliging: ‘Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld.’ (Fil. 2: 15). Zie dus in gedachten een mens in een verwachtingsvolle houding, met een kaars in de hand; turend in de verte. Deze persoon verwacht Iemand.

Uitzien

Jezus zegt niet: Beleef je dat zo? Hij zegt: Laat dat zo zijn! Met andere woorden; het is opdracht. Zo dien je Mij te verwachten. Bereid en met een kaars in de hand. Zo treft Hij je nu aan, of niet.

Het alternatief van verwachtingsvol uitzien met een brandende lamp, is leven in duisternis. Een leven op de tast, op zoek naar vervulling.Wat uitloopt op een conclusie zoals één van de dichters uit onze tijd die trekt in zijn lied: ‘Ik heb niets meer te verliezen, te gebruiken of te doen.’ Dat is inderdaad de conclusie van een leven buiten God. Dat je uiteindelijk berooid achterblijft. De duivel berooft je van álles. Hij vult je en berooft je. En doet je eindigen in duisternis. Hoe anders is het met Christus!

258 afleveringen