120 | Zingen met de wereldkerk

4:44
 
Delen
 

Manage episode 297687501 series 2942333
Van Vorming voor elke dag and Kand. A.S. Middelkoop, ontdekt door Player FM en onze gemeenschap - copyright toebehorend aan de uitgever, niet aan Player FM. Audio wordt direct van hun servers gestreamd. Klik de abonneren-knop aan om updates op Player FM te volgen of plak de feed URL op andere podcast apps.

Instemmen

In de afgelopen periode bestierf ons veelal het loflied op de lippen. Vanuit allerhande overwegingen leek het beter om minder, weinig of niet te zingen. Hier en daar lukte het om dit thuis te compenseren. Door samen de lofzang gaande te houden in het gezin. Velen van ons zongen echter minder dan ooit.

Wie beseft dat heel de schepping God lof toezingt, zal met vreugde het ontwakende lied begroeten, nu dit op steeds meer plekken weer kan. Een Psalm vol verootmoediging, een klaagzang, een loflied. Al zingend storten we het hart uit bij de Heere, als een gebed.

Wie zingt, is niet alleen. Hoewel we soms op ons eentje zingen in de auto, op het land of in de keuken; klinkt ons lied mee met de vele stemmen die wereldwijd klinken tot de Heere. Op al de continenten wordt de lofzang gaande gehouden. Overal heeft de Heere Zijn kinderen. Wie zich eenzaam voelt, of op een plaats alleen, mag dit voor ogen houden.

De Heere heeft oor voor het lied van duizenden vogels dat zich mengt in de ochtend in een loflied tot Hem. Zo heeft Hij oor voor elke zucht, ieder gebed en elk lied dat klinkt uit de mond van wie Hem liefkreeg. Het mengt zich tot één koor.

Door de nacht van smart en zorgen

1 Door den nacht van smart en zorgen
schrijdt de stoet der pelgrims voort,
zingend lied’ren van den morgen,
nu het nieuwe licht weer gloort.
2 Stralend wenken ons door ’t duister
glansen van ’t beloofde land.
Angsten wijken voor dien luister,
en Gij grijpt de broederhand.
3 God is zelf vooraan geschreden,
Hij verlicht, verlost zijn volk,
baant het pad, dat wij betreden,
en verjaagt de donk’re wolk.
4 Eén is ’t doelwit onzer gangen,
één ’t geloof dat nooit versaagt,
één ons vurig heilsverlangen,
één de hoop, die naar God vraagt.
5 Eén het lied, dat duizend lippen
heffen als met éénen mond,
één de strijd, één de gevaren,
één het doel, in God gegrond.
6 Eén is ’t uitzicht van verblijden
aan de verre, eeuw’ge kust,
waar d’ Almacht’g’ ons heen wil leiden,
waar de ziel in vrede rust.
7 Voorwaarts dan, o reisgezellen!
Voort! Het kruis zij onze kracht.
Draagt Zijn smaad en laat u stellen
in Zijn dienst. Het moet volbracht!
8 Eens komt dan het groot ontwaken,
eens de zege op den dood.
Dan zal God een einde maken
aan ellend’ en allen nood.

Bernhard Severin Ingemann (1789-1862)

164 afleveringen