Tekst 240 De Komst Van De Gast

9:01
 
Delen
 

Manage episode 348652950 series 3272859
Van Een Cursus in Wonderen, ontdekt door Player FM en onze gemeenschap - copyright toebehorend aan de uitgever, niet aan Player FM. Audio wordt direct van hun servers gestreamd. Klik de abonneren-knop aan om updates op Player FM te volgen of plak de feed URL op andere podcast apps.
Ondersteun deze klassen met een gift: https://eencursusinwonderen.org/doneer
II. De komst van de Gast
1. Waarom zou je de ontdekking dat jij vrij bent niet als een bevrijding van lijden zien? Waarom zou je de waarheid niet toejuichen, in plaats van haar als vijand te beschouwen? Waarom is een gemakkelijk pad, zo duidelijk gemarkeerd dat het onmogelijk is te verdwalen, ogenschijnlijk doornig, oneffen en veel te moeilijk voor jou om te volgen? Komt dit niet doordat je het ziet als een weg naar de hel, in plaats van het te bezien als een eenvoudige manier om, zonder enig offer of verlies, jezelf te vinden in de Hemel en in God? Zolang je niet inziet dat jij niets opgeeft, en zolang je niet begrijpt dat verlies niet bestaat, zul je de weg die je gekozen hebt op enige manier betreuren. En je zult de vele voordelen die jouw keuze jou heeft opgeleverd, niet zien. Maar ook al zie je die niet, ze zijn er wel. Hun oorzaak werd in werking gezet, en waar hun oorzaak haar intrede deed, moeten ze zelf ook aanwezig zijn.
2. Jij hebt de oorzaak van genezing aanvaard, en dus moet je wel genezen zijn. En doordat jij genezen bent, moet ook de kracht om te genezen jou nu toebehoren. Het wonder is geen opzichzelfstaand iets dat plotseling plaatsvindt, als een gevolg zonder oorzaak. En evenmin is het een oorzaak in zichzelf. Maar waar zijn oorzaak is, daar moet het zijn. Nu is het veroorzaakt, zij het nog niet waargenomen. En zijn gevolgen zijn er, zij het nog ongezien. Kijk nu naar binnen, en je zult geen reden zien tot spijt, maar reden en oorzaak te meer om je van harte te verheugen en op vrede te hopen.
3. Het was een hopeloze poging om op een slagveld hoop op vrede te vinden. Het was vergeefse moeite om een uitweg uit zonde en pijn te eisen van wat gemaakt werd om te fungeren als bewaarder van zonde en pijn. Want pijn en zonde zijn één enkele illusie, net als haat en angst, en aanval en schuld er maar één zijn. Waar die geen oorzaak hebben, zijn hun gevolgen verdwenen, en overal waar zij niet zijn, komt zeker liefde. Waarom verheug jij je niet? Jij bent vrij van pijn en ziekte, ellende en verlies, en van al de gevolgen van aanval en haat. Niet langer is pijn je vriend, of schuld je god, en je zou de gevolgen van liefde moeten verwelkomen.
4. Jouw Gast is gekomen. Jij vroeg Hem en Hij kwam. Je hebt Hem niet horen binnenkomen, want je hebt Hem niet volledig verwelkomd. En toch zijn Zijn gaven met Hem meegekomen. Hij heeft ze aan je voeten neergelegd, en vraagt jou nu ernaar te kijken en ze als de jouwe aan te nemen. Hij heeft jouw hulp nodig om ze aan allen te geven die los van anderen hun weg gaan en geloven dat ze afgescheiden en alleen zijn. Zij zullen genezen wanneer jij jouw gaven aanvaardt, want je Gast zal iedereen welkom heten wiens voeten de heilige grond hebben aangeraakt waarop jij staat, en waarop Zijn gaven voor hen zijn neergelegd.
5. Jij ziet niet hoeveel je nu kunt geven, op grond van al wat jij ontvangen hebt. Maar Hij die is binnengekomen wacht er slechts op dat jij komt waar jij Hem uitgenodigd hebt. Er is geen andere plaats waar Hij Zijn gastheer kan vinden, of waar Zijn gastheer Hem ontmoeten kan. En nergens anders kunnen Zijn gaven van vrede en vreugde, en al het geluk dat Zijn Tegenwoordigheid brengt, worden verkregen. Want die zijn waar Hij is, die ze met Zich meebrengt opdat ze de jouwe zouden zijn. Jij kunt je Gast niet zien, maar wel de gaven die Hij heeft gebracht. En wanneer je daarnaar kijkt, zul je geloven dat Zijn Tegenwoordigheid daar wel moet zijn. Want wat jij nu kunt doen zou niet kunnen worden gedaan zonder de liefde en de genade die Zijn Tegenwoordigheid in Zich draagt.
6. Dit is de belofte van de levende God: dat Zijn Zoon leven heeft en ieder levend wezen deel van hem uitmaakt, en dat niets anders leven heeft. Wat jij ‘leven’ hebt gegeven leeft niet, en symboliseert slechts je wens om los van het leven te leven, levend in de dood, waarbij de dood als leven wordt gezien, en leven als de dood. Verwarring volgt hier op verwarring, want deze wereld werd op verwarring gebouwd, en er is niets anders waarop ze rust. Haar basis verandert niet, hoewel die voortdurend aan verandering onderhevig lijkt. Maar wat is dat anders dan de toestand die verwarring werkelijk betekent? Stabiliteit heeft voor hen die verward zijn geen betekenis, terwijl verschuiving en verandering de wet worden waarop ze hun leven funderen.
7. Het lichaam verandert niet. Het vertegenwoordigt de ruimere droom dat verandering mogelijk is. Veranderen betekent een toestand bereiken die verschilt van degene waarin jij je voordien bevond. Er is in onsterfelijkheid geen verandering, en de Hemel kent die niet. Maar hier op aarde heeft ze een dubbele bedoeling, want ze kan worden aangewend om tegengestelde dingen te onderwijzen. En die zijn een weerspiegeling van de leraar die ze onderwijst. Het kan lijken dat het lichaam verandert met de tijd, met ziekte of met gezondheid, en met gebeurtenissen die een ingreep erop lijken te zijn. Toch wil dit slechts zeggen dat de denkgeest onveranderd blijft in zijn overtuiging wat de bedoeling van het lichaam is.
8. Ziekte is de eis dat het lichaam iets is wat het niet is. Zijn nietsheid garandeert juist dat het niet ziek kan zijn. In jouw eis dat het méér moet zijn schuilt het idee van ziekte. Het vraagt immers dat God minder is dan alles wat Hij in werkelijkheid is. Wat wordt er dan van jou, want het offer wordt toch van jou gevraagd? Want Hem wordt gezegd dat een deel van Hem niet langer aan Hem toebehoort. Hij moet jouw zelf offeren, en door Zijn offer word jij meer en wordt Hij minder door het verlies van jou. En wat van Hem is weggegaan, wordt jouw god, die jou ertegen beschermt deel van Hem te zijn.
9. Het lichaam dat gevraagd wordt een god te zijn zal worden aangevallen, omdat zijn nietsheid niet werd onderkend. En zo lijkt het een ding met macht in zichzelf. Als zodanig kan het worden waargenomen, en gezien als iets dat voelt en handelt, en jou in zijn greep houdt als gevangene voor zichzelf. En het kan nalaten te zijn wat jij eiste dat het was. En je zult het haten om zijn nietigheid, zonder te bedenken dat deze nalatigheid niet schuilt in het feit dat het niet méér is dan het zou moeten zijn, maar alleen in het feit dat jij nalaat te zien dat het niets is. Toch is zijn nietsheid jouw verlossing, en juist die wil jij ontvluchten.
10. Als ‘iets’ wordt het lichaam gevraagd Gods vijand te zijn, door wat Hij is te vervangen door nietigheid, beperking en wanhoop. Zijn verlies is het wat je viert wanneer jij het lichaam ziet als een ding dat je liefhebt, of het beziet als iets wat je haat. Want als Hij de som van alles is, dan bestaat iets wat niet in Hem is niet, en betekent Zijn compleetheid de nietsheid daarvan. Je verlosser is niet dood, en woont evenmin in wat werd gebouwd als tempel voor de dood. Hij woont en leeft in God, en dit en dit alleen maakt hem tot jouw verlosser. De nietsheid van zijn lichaam bevrijdt het jouwe van ziekte en dood. Want wat van jou is, kan niet meer of minder zijn dan wat van hem is.

1093 afleveringen